Ferdy Masselink

Een excellente school begint bij een excellent team

Nog niet zo lang geleden publiceerde de onderwijsinspectie een verheugende conclusie. Doordat veel gewerkt is aan scholen die onder de maat presteren, is de aandacht voor boven gemiddelde resultaten wat achterop geraakt. Daardoor is het aantal gemiddelde scholen, we noemen dat een ‘basisarrangement’ toegenomen, maar het aantal excellente scholen niet. Het is ook te idealistisch om te denken dat je de top verbreedt als je de onderlaag omhoog stuwt. Wat maakt een school werkelijk  excellent? Het belangrijkste antwoord: een excellente school is een school waar een excellent team werkt. Excellent vanwege drie eigenschappen.

Een excellent team heeft ambitie. De teamleden beschouwen hun taak groter dan alleen onderwijs verzorgen en leerlingen voorbereiden op het voortgezet onderwijs. Kijk naar veel scholen voor traditioneel vernieuwingsonderwijs. Leerkrachten van deze scholen beschouwen het ook als hun taak de kinderen voor te bereiden op een bestaan in de wereld als mensen die een substantiële bijdrage gaan leveren aan de verbetering van die wereld. Zo’n team wordt geleid door een directeur met ambitie. Iemand die er in gelooft dat het niveau hoger kan dan algemeen wordt aangenomen. Het is een inspirerende leider die in staat is de individuele ambities, soms is het zelfs een soort roeping, in verbinding te brengen met de ambitie van de school als geheel.

De leden van een excellent team zijn in staat hun eigen kennis, vermogens, talenten en competenties in te zetten. Zij hebben niet zozeer hulp van buitenaf nodig om het niveau van deze eigenschappen op een hoger plan te brengen, maar meer om ze te ontdekken en een manier te vinden waarop deze ten volle worden benut voor hun eigen ontwikkeling en daardoor die van de school en haar leerlingen. Leden van een excellent team zijn dan ook uitstekend tot zelfreflectie in staat, vaak met hulp van elkaar, waardoor ze meer zelfkennis en zelfinzicht ontwikkelen en steeds gedreven worden door de vraag “Hoe krijg ik het voor elkaar dat….”. Dé voorwaarde voor continue verbetering van jezelf en aanpassing aan dat wat de omgeving van je vraagt.

Ten derde werken excellente teams niet alleen aan cognitieve resultaten. Het verhogen van de opbrengsten naar het niveau dat de inspectie graag ziet, is niet hun enige  doel. Ze werken holistisch, dat wil zeggen in en aan het grote geheel, waardoor de leerresultaten ook omhoog gaan. Hun taak is vooral om te zorgen voor een uitdagende en veilige leeromgeving, waarin kinderen alle ruimte krijgen om zich als mens met een hoofd, een hart en met handen te ontwikkelen. Excellente teams bestaan uit kwekers. Ze zorgen ervoor dat kinderen kunnen aarden in vruchtbare grond, geven water en mest op de juiste tijd en beschermen het ene kind in een warme kas, terwijl de ander in de open lucht uitstekend kan gedijen. Sociale vaardigheden worden op een excellente school niet als apart vak gezien, maar als een attitude en in verbinding gebracht met andere vaardigheden. Daar onderwijs je kinderen niet in, dat leef je ze voor. En het allerbelangrijkste waar ze kinderen het voorbeeld in geven: ze geloven in zichzelf!

Pestaanpak verplichten? Da’s pesten!

Kort geleden meldde de overheid dat ze scholen verplicht wil stellen om het pesten aan te pakken.  Dit mede naar aanleiding van de recente zelfmoorden onder jongeren. Dat zijn afschuwelijke gebeurtenissen, die we geen van allen willen en waar zeker iets aan gedaan moet worden. Maar is een verplichtstelling wel het juiste middel?  Op deze manier blijven we aan de gang en creëren een neerwaartse spiraal.

Twee fout, overdoen!
Aan de verplichtende maatregel voor scholen om het pesten tegen te gaan zitten namelijk twee cruciale fouten. Eén:  de ander tot iets verplichten is nu juist één van meest fnuikende kenmerken van pestgedrag. Op het schoolplein of in de wijk komt het  nog dagelijks voor dat kinderen  elkaar dwingen om iets te stelen of een ander kind in elkaar te slaan om bij het kluppie te mogen horen of om te voorkomen dat ze zelf door een hele groep in de kreukels worden gemept. Wat de overheid hier doet is zelf het gedrag vertonen dat ze met de maatregel juist willen voorkomen en terugdringen.
De tweede fout die hier gemaakt wordt, is dat het gericht is op vermijden en bestrijden van een negatief verschijnsel. Op  elke bladzijde van het pestprotocol komen de woorden voor van gedrag dat je nu juist niet zien wil. Probeer maar eens aan een niet-roze olifant te denken. Het lukt je niet. Onze geest kent het woordje NIET eenvoudigweg niet. Je móet eraan denken.
Wat kun je nu doen om niet meer aan een roze olifant te denken? Neem iets anders in gedachte. Een grijze olifant of een paarse krokodil. Zo is het ook met het vermijden van pestgedrag. Dat lukt alleen als je je focust op goed gedrag. Scholen zouden dus geholpen moeten worden om hun pestprotocol af te schaffen en er een ‘Goed-Gedrag-Protocol’ van te maken.

Jezelf én de ander
Wat is goed gedrag? Daarvoor zou elke school een eigen definitie kunnen opstellen, maar in grote lijnen komt het neer op: uitermate goed voor jezelf zorgen en opkomen, zonder daarbij het welzijn en welbevinden van de ander te schaden. Jezelf klein maken en je minderwaardig voelen is dus slecht gedrag. Op de vlucht slaan, jezelf terugtrekken in een klein hoekje, geen medestanders of hulp halen ook. Goed gedrag  wordt gestimuleerd als je kinderen leert hun rug te rechten met de schouders wat naar achteren en de kin onmerkbaar een klein beetje omhoog. Het bijkomend gevoel en het geloof in jezelf als volwaardig mens doet daarbij de rest. Geen ander komt dan op de gedachte om jou eens even een lesje te leren. Kinderen weerbaar maken, betekent dat je ze een goed zelfbeeld geeft. Voor het vormen van het juiste zelfbeeld in zelfreflectie nodig. Leer kinderen dus te reflecteren op hun eigen gedrag en vooral het effect ervan. En zie de wonderbaarlijke eigenschap van deze aanpak: we hebben het tegelijk over de kinderen die pesten. Anderen je wil opleggen, fysiek of verbaal geweld gebruiken is slecht gedrag. Daarmee hebben we de pesters en de gepesten weer op gelijk niveau gesteld. Beide kunnen zich bekwamen in goed gedrag door aan zelfreflectie te doen.

Betekenis geven
Kinderen die zelfmoord plegen omdat ze door een pester over het randje zijn geduwd, hadden mogelijk geen goed beeld van zichzelf en gaven een bepaalde betekenis aan hun leven. En die conclusie zorgde er ook nog eens voor dat dit zelfbeeld stevig bevestigd werd door het gedrag van een pester. De kinderen die op een beschadigende manier heersen over anderen, geven op hun beurt ook een bepaalde betekenis aan zichzelf, de dingen om hen heen en aan anderen. Als je het voor elkaar krijgt om ze door methodische zelfreflectie een ander inzicht over zichzelf te geven, dan zijn deze kinderen werkelijk gered. Kinderen dienen dus heel goed te worden begeleid in de manier waarop ze betekenis geven aan alles om hen heen en zichzelf.  En dat gebeurt dan door mensen die het zelf ook goed kunnen. Want als een schoolteam besloten heeft het pestprotocol te vervangen door een Goed-Gedrag-Protocol dan geven zij zelf al het voorbeeld in zelfreflectie en betekenis geven. Directie en leerkrachten zijn op een vanzelfsprekende manier bezig met de definitie van goed gedrag en de implicaties die dat heeft op hun onderlinge relatie en samenwerking en die met ouders en andere geledingen. Een Goed-Gedrag-Protocol zorgt er voor dat iedereen zich richt op de positieve doelstellingen, waardoor het negatieve vanzelf verdwijnt, zonder daar nog energie in te hoeven steken.  Het is de enige manier om de vicieuze cirkel te doorbreken.

Hoe word ik een succesvol slachtoffer?

 

Dagelijks komen we in situaties terecht waar we zelf niet voor gekozen lijken te hebben. We worden eraan overgeleverd en voelen ons er ongelukkig door. We komen in de slachtofferrol terecht. Is dat erg? Of levert deze rol ons ook iets op? En hoe kom je er weer uit? Slachtoffer zijn is soms wel lekker, het is zelfs nodig, maar dan moet je het wel goed doen.

Drie voorbeelden van slachtoffers

Op dit moment maken we, volgens deskundigen, de meest heftige economische crisis mee sinds WO2.  Maakt deze recessie veel slachtoffers? Bedrijven en banken vallen om en veel mensen worden werkeloos. Zij moeten lijdzaam toezien hoe de grond van hun bestaanszekerheid onder hun voeten vandaan wordt geslagen.
Een vrouw ontdekt tot haar grote schrik dat haar man haar gaat verlaten. Hij gaat het huis uit, regelt een advocaat en daarmee een echtscheiding, het huis wordt verkocht en hij begint ook nog eens aan een nieuwe relatie. Is de vrouw slachtoffer?
Ben je slachtoffer van het weer als je met je tent op een camping staat en het begint te regenen? Niet even en zachtjes, maar hard en de hele dag. Langzaam dreigt het water de tent binnen te stromen.

Wat is een slachtoffer?

Je hebt misschien de neiging om de vraag bij ieder voorbeeld steeds met ´ja´ te beantwoorden en inderdaad, je kunt gebeurtenissen zoals economische crises, echtscheiding (hoewel…) en regen niet vermijden en vaak helemaal niet beïnvloeden. Je bent overgeleverd aan de goden, noemen we dat. Een slachtoffer heeft niet de macht of zelfs de geringste invloed om iets aan de oorzaak van de toestand te doen. De gemiddelde ondernemer kon niets doen aan de graaicultuur van bankbestuurders en nog minder aan het inklappen van de huizenmarkt in de VS. De echtgenote had misschien iets kunnen doen aan het ontstaan van de huwelijkssituatie, maar nu die zo is kan ze niets meer doen aan het vertrek van haar man. En de regen? Tja, regendansen kunnen alleen de indianen… Niets kunnen doen geeft je een machteloos gevoel. Dat een ander of iets anders bepaalt wat er gebeurt maakt je boos en gefrustreerd. Een onzekere toekomst maakt je bang. Alles lijkt verloren. Angst, boosheid en verdriet zijn typisch gevoelens die horen bij het slachtoffer zijn.

Wat levert het op?

Maar alles wat een kostprijs heeft, levert ook iets op. Even lekker slachtoffer zijn  is goed, maar bedenk je wel dat de dingen die gebeuren op zichzelf niet erg zijn. Onze gedachten erover maken ze erg! Want waarom is die regen erg? De boer die naast de camping een dorre akker met uitgedroogde aardappelplantjes heeft, staat namelijk zonder jas buiten te dansen van vreugde. Het is erg voor jou, omdat jij je had voorgesteld in je campingstoeltje lekker een boek te lezen onder een wolkeloze hemel. Lekker bijbruinen, een mooie wandeling in korte broek of een dagje uit naar een recreatiepark, de zee of zwembad. Echtscheidingen komen met honderden per jaar voor. Zó erg kan het dus niet zijn. Wat maakt het erg voor jou? Dat is de hamvraag.
Meegaan in de slachtofferrol geeft je de toestemming om de emoties die erbij horen goed te voelen. Verdriet, frustratie, boosheid en vaak ook angst geven je informatie. Angst geeft je een waarschuwingssignaal, boosheid laat zien waar jouw grens ligt, welke overtuigingen jij hebt. En verdriet laat je ervaren wat je zo mist en dierbaar was. Het geeft je zelfkennis. En daar zit de winst. Het slachtoffer in jezelf laat je zien en ervaren waar het jou nu precies om gaat. Je wilde genieten van de zon en ontspanning. De vrouw die door haar man wordt verlaten, beseft hoe zeer zij gehecht is aan een liefdevolle relatie, verzorging geven of misschien juist aan materieel bezit. Veel mensen hebben dankzij de recessie ontdekt hoeveel waarde zij werkelijk hechten aan geld en het dwong hen na te denken over wat ze nu echt belangrijk vinden.

Waarom moet je die zelfkennis opdoen?

Om aan de slachtofferrol te ontsnappen moet je initiatief nemen. Om dat te kunnen heb je een duidelijk inzicht nodig in wat je door de crisissituatie nu echt mist. En dan komt je creatieve vermogen eraan te pas om andere manieren te vinden om toch dat ene belangrijke aspect in je situatie te gaan veroveren. De campinggast zoekt de dichtstbijzijnde sauna of zonnestudio op of duikt lekker de hele dag in een warme slaapzak met dat heerlijke boek. De gescheiden vrouw ontdekt weer haar zelfstandigheid en herstelt verloren gegane sociale contacten of vindt de baan van haar leven. De gestrande ondernemer bevrijdt zich van zijn overheersende zakenpartner, zet een nieuwe zaak op, waar hij alleen nog maar de producten verkoopt waar hij zelf in gelooft.

De initiatiefnemer vraagt zich dus af ´Wat is mij overkomen, wat leert mij dat over mezelf en wat kan ik daarmee?´ Hij denkt vanuit het paradigma `Waar ik vandaag ben is het gevolg van een keuze die ik gisteren zelf maakte.´ Dit paradigma bepaalt ook de keuze om morgen weer op een plek en in een situatie te zijn waar je gelukkig bent. Het geeft je het recht en de kracht van initiatief. Je hebt weer keuze en wie kan kiezen is vrij.

Verhalen zijn voor kinderen. Toch…?

Hoewel pas de laatste tijd Storytelling helemaal hot is, hebben  verhalen door de hele mensheidsgeschiedenis heen altijd hun kracht gehad. Mooi om te zien dat er in de crisistijd meer aandacht voor is, want daarmee bewijst het verhaal zelfstandig zijn eigen kracht. In nood gaan we namelijk vertrouwen op oerkrachten. De kracht van het verhaal is er daar één van. Verhalen zijn bij uitstek voor volwassenen. En voor volwassen bedrijven.

Bereid zijn om te delen
Tijdens een onderzoek dat gedaan werd om te ontdekken waarom mensen eerder bereid zijn geld te doneren voor de bestrijding van kinderkanker, werd aan één groep een verhaal verteld over Carl, die niet van zijn tweejarig zoontje Ben kon genieten, omdat hij wist dat het knaapje niet ouder zou worden dan drie jaar. De andere groep kreeg inhoudelijke informatie over hetzelfde onderwerp: de ziekte kan ouders en hun kind bij leven al uit elkaar scheuren. Het bleek dat de groep die naar het verhaal had geluisterd meer bereid was om geld te doneren dan de andere groep. De onderzoekers dachten aanvankelijk dat het een mentale oorzaak had, maar er bleek ook een biologische en fysieke voor te zijn. Er werd bloed-, hersen- en huidonderzoek verricht. Wat bleek was dat mensen aan wie het verhaal werd verteld, in hun hersenen twee stoffen aanmaakten, tijdens het luisteren. De eerste is cortisol, die zorgt voor alertheid. De andere is oxytocine. Deze stof zorgt ervoor dat we gevoelens van empathie ontwikkelen. Als deze beide stoffen tegelijk en in de juiste verhouding worden aangemaakt zijn mensen eerder bereid iets met elkaar te delen. Als een verhaal wordt verteld wil je weten hoe het afloopt. Die ‘stress’ zorgt voor aanmaak van cortisol. Je voelt mee wat er in het verhaal gebeurt en daarmee maak je oxytocine.

De kracht van intuïtie
Wat daarbij een rol speelt is dat besluitvorming voor het grootste deel plaats vindt in ons limbisch brein, een groep structuren in de hersenen die betrokken zijn bij emotie, motivatie, genot en het emotioneel geheugen. Dit deel van onze hersenen kent geen woorden, heeft geen logica en kan geen getallen bij elkaar optellen. Dat doet de neocortex, waar ons logische verstand zit. De neocortex  vindt woorden en getallen en beredeneert alles tot een goed einde. Bij het nemen van beslissingen hebben we vaker last van de neocortex dan gemak. De zogenaamde intuïtieve besluiten zijn heel vaak de beste. Ons gevoel zegt of we een goede of foute beslissing nemen. Als we er dan over na gaan denken, komen de argumenten, de rekensommetjes en de redenaties die het oorspronkelijke besluit vaak weer teniet doen. Willen we mensen die een besluit moeten nemen dus op een positieve manier beïnvloeden, dan moeten we de neocortex in goede verbinding brengen met het limbische brein. Dat doet een derde, klein orgaan van onze hersenen, vlak achter het voorhoofd, het septum pellidicum. Vergeet de naam, maar onthoud dat deze het beste werkt op oxytocine én cortisol.

Een verhaal raakt dus
Dat is dus de reden, waarom een verhaal zo krachtig werkt. Het brengt je in een fysieke én emotionele stemming. Al jij een verhaal vertelt,  komt je klant in de toestand waarin hij het fijn vindt iets met jou te delen. En je ervoor betalen is dan ook geen probleem. Een verhaal betekent meer dan een goede raad, omdat het symbolen en impliciete verwijzingen bevat. Het is aan de luisteraar om er betekenis aan te geven. Verhalen brengen bedoeld of onbedoeld een boodschap over zonder dat het bewustzijn van de luisteraar gaat tegenwerken. In complexe situaties laten verhalen zien waar de kern van het probleem zit, je ziel, of de ziel van de organisatie.

Een verhaal ver-maakt
Velen vinden het leuk om er naar te luisteren en het geeft je een ander perspectief. Het limbische brein heeft eigenlijk al besloten en nu  wordt de neocortex nog eens aangesproken. Die laat je er nog eens over nadenken, maar  dan wel anders dan je gewend bent. Je wordt vriendelijk uitgenodigd om buiten de vaak betreden paden, buiten de gebruikelijke context te denken. Je bekijkt het vanaf een ander standpunt. Je geeft betekenis aan het verhaal en daarmee aan de situatie, waarin je je bevindt.

Een verhaal verbindt
Een kort verhaal zegt meer dan duizend woorden, omdat het  net zo werkt als een plaatje. Je laat mensen een beeld vormen van hoe het eruit ziet in hun eigen hoofd. Daarmee is het nog steeds jouw verhaal, maar gemaakt van de beelden en voorstellingen die anderen in hun hoofd hebben. Het lijkt bijna of jij, al vertellend, een film voor ze afspeelt in hun eigen omgeving, waar ze zelf of hun dierbaren in acteren en waarin hun eigen attributen in voorkomen. Iemand zei eens tegen mij, nadat ik een verhaal had verteld: “Hoe wist je dat mijn geboorteplek er zo uit ziet?” Ik wist het niet, maar door mijn beschrijving had deze luisteraar er zichzelf een voorstelling van gemaakt. We komen dan in de stand van ‘jij begrijpt mij’. En dus verbindt het ons.

Een verhaal onthult
Het is exemplarisch.  Dat geeft je de mogelijkheid om met maar één verhaal de identiteit van je hele bedrijf of product zichtbaar te maken. Een verhaal werkt als een goed voorbeeld. En omdat het op emotioneel niveau begrepen wordt, is het direct duidelijk wat je ermee wilt zeggen. Een bekende parfumfabrikant maakte er goed gebruik van. Toen aan Marilyn Monroe werd gevraagd “What do you wear to bed?”, durfde ze niet te bekennen dat ze naakt sliep. Het waren de nog wat preutse jaren zestig. Daarom antwoordde zij, naar waarheid: “I wear Chanel No5!” Deze anekdote is exemplarisch voor de filosofie van Coco Chanel die het parfum liet samenstellen in een tijd dat alle parfums roken naar bloemen. Coco vond dat een vrouw niet naar bloemen moest ruiken, maar naar vrouw. En kun je je meer vrouw-zijn voorstellen dan Marilyn Monroe, naakt in haar bed? Oh, sorry, lezen er nog kinderen mee?

De toekomst is de plek waar je de rest van je leven doorbrengt

 

Vraag je je soms af hoe het komt dat je maar niet voor elkaar krijgt wat je eigenlijk wel wilt? En ken je dat gevoel dat je juist iets bereikt, waarvan je al niet eens meer wist dat je het jezelf ooit gewenst hebt? We hebben het over het effect van visie en de zin van doelen stellen. Moet je dan altijd doelen stellen? Nee, maar als je echt iets wilt bereiken kan het je veel helpen door het wel te doen. Steven Covey zegt in één van zijn zeven basisprincipes al: ´Begin met het einde voor ogen.’ Hieronder vijf redenen om een visie te hebben en effectief te zijn in bereiken wat je wilt.

Makkelijker om keuzes te maken

Als ik naar een restaurant ga, denk ik al van te voren na of ik vlees, vis, vegetarisch of pasta wil eten. Zolang ik vasthoud aan die ´visie´, is de keuze uit de gerechten op de kaart een stuk  simpeler. Als ik voor vlees kies en ook al weet of het rund- of varkensvlees moet worden, ben ik snel klaar met mijn kaart, vaak tot grote verbazing van mijn tafelgenoten. Het is wel zo dat ik door deze instelling veel lekkers aan mijn neus voorbij laat gaan. Vandaar dat ik dit principe bij restaurantbezoek nog wel eens aan mijn laars lap, maar het heeft me wel veel geleerd over complexere beslissingen. Om te beginnen: je kunt niet alles eten wat op de kaart staat. Bij het opzetten van een eigen bedrijf, bij het bepalen van het vakantieland, bij het vormen van een relatie, ja, zelfs bij het kopen van kleding. Er is zoveel keuze, letterlijk, dat je een leven kunt vullen met alleen het bekijken van alle opties. Focus en het hebben van een visie zorgt er voor dat je weet welke opties, net als in het restaurant, niet interessant zijn en je dus kunt laten voor wat ze zijn. Je kunt mogelijk spijt krijgen doordat je aantrekkelijke opties moet laten liggen, maar de wetenschap dat ze je doel toch niet dichterbij hadden gebracht zal je dat gauw doen vergeten.

We maken wat we denken

Ieder resultaat in de wereld is twee keer ontstaan: één keer in het echt en daarvoor al een keer in het hoofd van iemand. Jezelf een voorstelling maken van wat je wilt bereiken is (emotioneel) bijna hetzelfde als er al zijn. Natuurlijk ben je nog niet echt in het vakantieland, je hebt nog niet het succes dat je met je baan of bedrijf wilt bereiken, je bent nog niet al direct gelukkig in de relatie die je wenst. Maar door het je voor te stellen voel je, ruik je, proef je, hoor je of zie je het en beleef je al hoe het zal zijn als je het zult bereiken. Daar word je enthousiast van en gemotiveerd door en ga je aan de slag om dat toekomstbeeld werkelijkheid te laten worden. Voorbeelden van dit principe werden ons voorgedaan door Nelson Mandela (een vreedzame samenleving tussen blank en zwart), John F. Kennedy (een Amerikaan als eerste mens op de maan) en Mahatma Gandi (onafhankelijkheid en vreedzaam zelfbestuur voor iedere Indiër). Het schijnt dat Edison al een door elektriciteit verlichte stad zag, ver voordat hij ook maar een idee had hoe hij de eerste gloeilamp moest maken. En Mozart hoorde soms de symfonie al in zijn hoofd als hij nog bezig was de vorige op papier te zetten.

Voor wie niet weet waarheen hij zeilen wil, is iedere wind gunstig.

Personeelsleden die vinden dat ze lang moeten stilzitten worden niet ineens tevreden door ze een abonnement op de sportschool te geven. Wie roept dat hij onderbetaald is, wordt niet gelukkig van salarisverhoging. Je relatie met je partner, die al vaak geroepen heeft dat jullie nooit meer eens iets leuks doen, wordt niet beter door op dansles te gaan. Als je dak lekt, kun je een emmer onder het lek zetten, maar daarmee verandert er niet echt iets.
‘Geen enkele probleem kan worden opgelost op het niveau waarop het zich aan ons voordoet´, was een bekende uitspraak van Albert Einstein. Hij doelde hier op complexe problemen van relationele aard.
De ontevredenheid met de bestaande situatie zal goed onderzocht moeten worden en je zult de werkelijke veranderbehoefte boven water moeten krijgen. Dat noemen we ´een visie hebben´. Het vraagt een nieuwe kijk op morgen. In de organisatie zal een omwenteling moeten komen bv. in de richting van zelfsturing en autonomie. De medewerkers zullen gemotiveerd raken als ze verantwoordelijk zijn voor hun eigen werk. In de relatie zullen beide partners samen moeten besluiten voortaan open te zijn naar elkaar en volledig vertrouwen in elkaar uit te spreken. Op het niveau van ‘gezelligheid en leuke dingen doen’ komt het dan ook wel weer goed.

Met een doel voor ogen presteer je beter

Mensen die weten waar ze heen willen en het zich goed kunnen verbeelden, uiten zich ook makkelijker. Je praat eenvoudiger over een land waar je al geweest bent dan over een land dat je nog nooit gezien hebt. Je eigen visie en doelen heb je al gezien en beleefd, voordat je er was. En dus kun je er veel over vertellen. Als je bovendien erg gemotiveerd bent om het te bereiken, klink je overtuigender. We zien dus dat mensen met een duidelijke visie in staat zijn anderen te enthousiasmeren voor hun ideeën en er draagvlak voor kunnen creëren. Het verhaal van de toekomst staat ook  als een huis. Als je geen medewerking krijgt van de één, dan zoek je verder naar een ander. En als niemand meedoet, dan doe je het alleen.

Daarna is het nog ‘slechts’ een kwestie van volhouden

Om een verandering te realiseren is meer nodig dan alleen een visie. Er moet een plan komen, middelen worden aangewend, soms tegen een hoge prijs en mensen moeten worden gemobiliseerd. Daarna gaat de trein rijden en komt onderweg nog talloze stations tegen waar gestopt moet worden. Er zijn blokkades en tegenslagen, er treedt vertraging op en wagons worden aan- en afgehaakt. Wie niet stevig in zijn schoenen staat, geeft de moed al snel op en stopt met de hele onderneming. Echter niet degene met een heldere visie en voorstelling van het eindresultaat. Als je gelooft in je doel, weet je door te zetten, je doel in nuances en details bij te stellen en omwegen te kiezen als de hoofdweg even niet begaanbaar is. Je ben in staat onder bijna alle omstandigheden te volharden. Nelson Mandela had het ervoor over om 27 jaar gevangen te zitten. Hij bezat dan ook veel verbeeldingskracht.

Tien gouden tips om zo gauw mogelijk weer vergeten te worden

We netwerken er wat af, we ontmoeten tientallen mensen per week. We proberen daarbij een zo goed mogelijk indruk na te laten en ervoor te zorgen dat we zelf en onze boodschap wordt onthouden. Stel dat je dat nu niet wilt. Hoe maak je dan een uitwisbare indruk ?

Som zoveel mogelijk diensten of producten op
Het is wetenschappelijk aangetoond dat mensen met moeite meer dan drie dingen kunnen onthouden. Tenminste als ze in een drukke en lawaaiige omgeving naar je staan te luisteren of als je een gesprek voert, waarin de aandacht wel eens weg glipt. Zelfs als iemand mee schrijft wordt het lastig een lange opsomming bij te houden. Som er dus niet alleen meer dan drie op, maar doe het ook een beetje vlug. Rijtjes als boeien, binden en behouden, zijn uit den boze. Het gevolg van zo’n langere opsomming is dat er uiteindelijk niet één onthouden wordt, zelfs niet één van de eerste drie. Bovendien helpt zo’n lange lijst je zelf ook om wat weg te blijven van enige focus. Stel je voor! Focussen… wat blijft er dan van je veelzijdigheid over?

Wees zelf steeds aan het woord
Mensen zeggen later vaak “Ik herinner me nog dat ik het er met jou over heb gehad.” Ze herinneren zich dus hun eigen woorden. Logisch, want dat speelde zich af in hun eigen hoofd met hun beelden, associaties en gevoelens. Als je ze dus zo weinig mogelijk aan het woord laat door zelf steeds te praten, moeten ze alle moeite doen om jou bij te houden, daar zelf beelden of andere associaties bij te zoeken en dat lukt niet zo goed, dus vergeten ze het ook weer. Anderen vragen stellen en laten vertellen geeft natuurlijk de indruk dat je belangstelling voor ze hebt. Dat roept gevoelens van sympathie op en dat wordt onthouden.

Maak het zo ingewikkeld mogelijk
Voor jou is het allemaal helder en duidelijk. Je bent al jaren bezig met hetzelfde onderwerp, de oplossingsstrategie of de technische achtergronden van je product. Net als een schoolmeester kun je het op de automatische piloot vertellen omdat het al de zoveelste keer is. Dat geldt niet voor jouw luisteraar. Die hoort het voor de eerste keer en moet er nog helemaal in komen. Die gelegenheid geef je ‘m natuurlijk niet als je er geen vertaling in Jip & Janneke-taal van maakt. Stel je voor dat je het aan je grootmoeder of de 10-jarige dochter van een kennis zou moeten uitleggen. Dan valt al dat jargon weg en klinkt het niet meer zo belangrijk. Ingewikkeld houden dus.

Kom niet met iets verrassends
In ieder nieuw spotje van een grote verzekeraar denk je steeds ‘Waar gaat dit over? Waar leidt dit toe?’ En dan ineens, totaal onverwacht, zie je het spreekwoordelijke kleine hoekje waarin het ongeluk verscholen zit. Dat is verrassend en juist daardoor onthoud je het. Waarom wordt een mop onthouden? Waarom werkt een verhaal zo goed? Omdat mensen nieuwsgierig zijn, willen weten hoe het afloopt en de verrassing onthouden, die er in zit. Als je niet onthouden wil worden, wees dan oppervlakkig en doe vooral dingen die anderen wel verwachten. Wees een grijze muis tussen de grijze muizen. Trek een blauw streepjespak aan als je naar een netwerkbijeenkomst van bestuurders gaat.

Hou het vooral abstract
‘Ik doe iets in de marketing.’ Ja, dat blijft hangen. En als ze je vragen wát je dan doet antwoord je: ‘Van alles, hè. Zorgen dat de verkoop een beetje verbetert. Een stukje promotie, nog wat reclame. Beetje in de business blijven, hè.’ Want als je zou zeggen: ‘Ik heb laatst een MKB bedrijf geholpen dat aandrijfassen maakt voor scheepsbouwers. We hebben een strategie van aftersales opgezet, zodat hij contact houdt met zijn klanten,” dan ben je wel erg precies. Dan weet de ander meteen wat je concreet doet en zou zomaar een vertaalslag kunnen maken naar jouw dienstverlening voor zijn bedrijf. Dan komt ineens de vraag: ‘Zou je dan ook kunnen helpen met een verkoopstrategie voor medische producten?’ Da’s schrikken. Zo’n persoonlijke vertaalslag blijft in het geheugen hangen. Dus wees gewaarschuwd.

Voorkom dat mensen je geloven
Behalve vaag blijven over je producten, diensten en activiteiten helpt het ook erg om het wat aan te dikken. ‘Ik heb een schoolbestuur geholpen om uit de rode cijfers te komen, door ze eens stevig te wijzen op hun ineffectieve manier van communiceren.’ Dat gelooft natuurlijk niemand en hoewel ze nog even met je doorpraten, staan ze over je schouder al lang naar een nieuwe gesprekspartner uit te kijken. Wat veel geloofwaardiger overkomt is dat je vertelt over een gesprek met één van die bestuurders. Bijvoorbeeld dat je zei dat je er maar weinig van begreep en de man ineens door kreeg hoe moeilijk hij vaak kon uitleggen aan zijn medewerkers wat hij wilde. En dat jij toen antwoordde: “Maar daar help ik je dan toch mee.’ Pas op, want zo’n anekdote spreekt tot de verbeelding.

Laat anderen niet over jou vertellen
Doe dat zelf. Stel je voor dat je iemand een concrete, geloofwaardige anekdote hebt verteld, ook nog in begrijpelijke taal. Dan zou het zomaar kunnen dat deze persoon redelijk goed duidelijk heeft wat jij voor anderen kunt betekenen. Dan komt hij iemand tegen met een serieus probleem en helpt deze persoon door hem of haar naar jou door te verwijzen. Dat kun je gemakkelijk voorkomen door met een ingewikkeld verhaal veel over jezelf te vertellen en je eigen vaardigheden eens flink aan te dikken.

Vermijd iedere emotie
Emoties en indrukken worden niet onthouden, ze worden verankerd. Een simpele gebaar als van een hand op de schouder, de geur van appeltaart, een onderdrukte snik. We weten het nog precies. Het deel van de hersenen waar de herinnering het beste bewaard blijft is het deel dat geen woorden, logica of cijfers kent. Je weet nog exact hoe het rook bij oma in de keuken, je kunt nu nog het kindergevoel terughalen van toen je eerste huisdiertje dood ging. Maak dus bijvoorbeeld geen complimenten over iemands kleding of gedrag. Dat emotioneert en wordt dus onthouden. Iemand zou zo maar kunnen zeggen: ‘Je raakte me daar best wel mee.’

Praat alleen over werk
Ieder mens zit als een ying-yang symbool in elkaar. Enerzijds is hij of zij de functionaris die werk uitvoert en anderzijds is hij of zij ook maar gewoon een mens. Die twee rollen zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. Help je de manager van een bedrijf dan help je ook Klaas, Henk, Anita of Karlijn, die met al zijn of haar persoonlijkheidseigenschappen deze functie zo goed mogelijk probeert uit te voeren. En dat gaat best lastig als je vader ernstig ziek is of juist beter als je dochter net getrouwd is. Dat zijn mooie zaken om met elkaar over te praten. Het geeft een beeld van hoe je in het leven staat en wie je bent als mens. We volgen elkaar niet voor niets op Twitter. We zoeken herkenning en willen geloven dat we allemaal worstelen met dagelijkse problemen en blij kunnen worden van de simpelste dingen. Als we dat in elkaar herkennen hebben we een verbinding.

Ga geen verhaal vertellen
Dus ook geen voorbeelden of anekdotes. Alle tips hierboven zitten verborgen in het vertellen van een verhaal of een voorbeeld. Als je een verhaal vertelt, ben je wel erg concreet en eenvoudig. Het is één voorbeeld van een veel ruimer, ingewikkelder en abstracter begrip. Mensen kunnen er zelf betekenis aan geven en dus toepassen in hun eigen wereldbeeld. Een verhaal gaat niet over jou, maar over jou in een situatie met anderen. Het is geloofwaardig, want waar gebeurd. Een verhaal raakt op de emotie. We zien bij een verhaal beelden die we zelf gemaakt hebben. Een verhaal kun je onthouden. Het is niet voor niets dat iedereen in de westerse wereld het sprookje van Roodkapje kan vertellen. Jouw verhaal wordt onthouden en doorverteld. Wil je dat…?

Bron: Vrij naar De Plakfactor – Dan & Heath Chip